DE VIENNE LA PSYCHANALYSE

Échos dans la presse

 

"De Vienne, la psychanalyse"
Le Soir – Belgique (extrait)

Non, ce n’est pas une manifestation Europalia ! Mais elle n’en présente pas pour autant moins d’intérêt ! «De Vienne la psychanalyse» est une exposition qui présente les débuts de la psychanalyse et sa diffusion, qui est donc centrée sur l’apport de Freud et son influence. Cet «enfant original» de la «Vienne fin de siècle » qu’est la psychanalyse sera abordée au travers de différentes activités.

L’exposition d’abord qui s’attache à retracer le développement de la psychanalyse, l’élaboration de ses grands concepts, sa diffusion et sa réception de par le monde. Elle est complétée par un montage audiovisuel et la présentation des résultats d’une enquête menée auprès du public de POLE NORD sur l’image de la psychanalyse.

Une série de conférences ensuite, centrées sur l’apport historique social et littéraire de la psychanalyse. Cette semaine, c’est Jacques De Cock qui ouvrira les débats avec un exposé sur Freud et Einstein. Ensuite, Nadine Berdondini, historienne, parlera des liens qui existent entre Freud et la littérature du début du siècle, Freud et l’Histoire sera abordé par Francis Martens et Charlotte Goëtz-Nothomb, Freud et sa bande, par Jean-Paul Gilson, D’Oedipe à Hamlet, par Annette Watillon et Jacqueline Harpman, Mais dites-moi que je rêve ! ?, par Marie-France Dispaux.

Signé Sigmund enfin, une théâtralisation de textes de Sigmund Freud. 
Sorte de «contact direct, profond et humoristique» avec la pensée du père de la psychanalyse.

Des manifestations conçues pour un public intéressé mais pas spécialiste, qui s’adressent également aux écoles pour lesquelles POLE NORD a prévu des visites commentées et des matinées théâtrales.

"De Vienne, la psychanalyse"
De Standaard – België 

De psycho-analyse komt maar mondjesmaat aan bod in het omvangrijke Europaliaprogramma. 
Het Wenen van Freud was nochtans de bakermat van deze gedragwetenschap. Daarom werkte POLE NORD een artistiek-wetenschappelijke vereniging die onderzoek verricht naar de relatie tussen belangrijke teorieën uit het verleden en mogelijke toepassingen of herinterpretaties in het heden, een projekt uit dat de kulturele wortels van de psycho-analyse blootlegt. Een gedetailleerde dokumentaire tentoonstelling legt ongewone aksenten op minder bekende aspekten van Freud, dit niet alleen medicus of zielkundige, maar ook schrijver en kunstminnaar was.

Het keizerlikke Wenen herbergde in het begin van deze eeuw onnoemlik veel kunstenaars. Dagelijks werd Freud tijdens zijn wandelingen door de Ringstrasse gekonfronteerd met een amalgaam van bouwstijlen. Pompeuze bouwwerken wisselden af met modernistische konstrukties. De Jugendstil, die eigenlijk uit München was overgewaaid, leidde wel tot het ontstaan van de Sezession-groep maar moest blijven konkurreren met de neo-historische stijl. Freud maakte nooit een keuze tussen beide tendensen. Eigenlijk was hij zelfs helemaal niet afkerig tegenover de «grandeur» van keizer Franz-Jozef, die in majestatische praalpaleizen tot uiting kwam. Uit dokumenten blijkt dat Freud zelfs sigaren rookte ter ere van de keizer.

Iedere zaterdag zocht hij enkele vrienden op om samen van het tarotspel te genieten. ‘s Zondags bezocht hij meestal het Burgerteater of de Opera. De Toverfluit met zijn onuitputbare symboliek, Hamlet, die de dood van zijn vader moet wreeken, en De Koopman van Venetië waren maar enkele van de vele werken, die hij daar leerde kennen. In de Weense café’s, dit indertijd ruimte schiepen voor kunstenaars, die hun nieuwste werk wilden voorstellen, leerde hij de uitgever van het satirisch blad Fackel kennen : deze Karl Kraus, die omwille van zijn vooruitstrevende ideeën «de gesel van Wenen» werd genoemd, was één van zijn beste vrienden. Via hem kwam Freud in kontakt met Fritz Wittels, die aan het omstreden tijdschrift meewerkte. Hij werd later één der eerste leden van de groep, dit iedere woensdag met Freud vergaderde om onderlinge inzichten in verband met het menselijk gedrag nader te bestuderen.

Ook de auteur Arthur Schnitzler behhorde tot Freuds kennnissenkring. Met hem had hij de medische kolleges bijgewoond. Zijn zwager zou hem zelfs later opereren. De relatie met Stefan Zweig was één van der meest duurzame. Ook Gustav Mahler korrespondeerde mer Freud. Onoverkomelijke relatieproblemen met zijn vrouw doen de gevierde komponist zelfs op de divan belanden. In Leiden zouden beide vrienden meer dan vier uur een terapeutisch gesprek hebben gevoerd.

De tentoonstelling analyzeert ook heel uitgebreid de visie van Freud op de toonaangevende filozofen en wetenschappers van zijn tijd. Uit zijn werk worden de meest litteraire passages gelicht. Zijn lessen bij Charcot aan de Salpetrière, een Parijse inrichting voor zenuwzieken, en zijn experimenten met verdovende middelen komen meer summier aan bod. Een hele verdieping is gewijd aan de verspreiding van de psycho-analyse tot in onze streken.

Verrassend was het kontakt dat een leraar uit Gent, Julien Varendonck al in de jaren twintig met Freud tot stand had gebracht. Hij was op dat moment waarschijnlijk de eerste en enige psycho-analyticus in os land. Na studies aan verschillende universiteiten had hij gehoopt tot ptofessor te worden aangesteld in Gent. Tijdens de Eerste Wereldoorlog verzeilde hij echter aan het front. Nadien publiceerde hij About forgetting of names en The psychology of daydreams. De Vlaming had zich na de oorlog zo sterk geïntegreerd in het Weense psycho-analytische milieu dat Freud bereid werd gevonden dit laatste werk in te leiden. Het eerste deel werd zelfs door zijn dochter Anna in het duits vertaald.

Freud zelf zou tweemaal een kort bezoek aan België hebben gebracht. Sommige steden worden in zijn geschriften zelfs vernoemd. Eén der gravures van Félicien Rops, De verzoeking van Sint-Antonius wordt nauwgezet ontleed. In België zelf was in het eerste kwartaal van deze eeuw weinig van de Weense psychiater te merken. Zelfs de expressionistische filmregisseur G.W. Pabst kon hier met zijn Psychoanalyse, Rätsel des Unbewussten weinig aan doen. De filmaffiche uit 1926 blijft nog steeds intrigeren. De zwijgzame figuur, die Freud symbolizeert, spreekt boekdelen.

Ludo Dossogne

"Signé Sigmund" 

Les théories et les récits des patients de Freud vertèbrent une belle partition de théâtre
La Libre Belgique – Belgique

La petite scène de l’association Pôle Nord, une table et des chaises. 
Trois comédiens, Marie-Christine Baeyens, Anny Frenay et Robert Lemaire s’activent comme s’ils répétaient encore le spectacle. Les deux femmes, sous la direction de l’homme, metteur en scène, entament bientôt le récit de cas rapportés par Sigmund Freud. Exemples d’actes manqués symptomatiques, d’oublis de la vie la plus quotidienne qui révèlent des malaises plus profonds. Leurs interprétations peuvent être multiples.

Freud nous en livre d’ailleurs les différentes clés dans une grande simplicité de langage. L’histoire de l’homme qui avait oublié plusieurs fois sa montre nous fait même sourire ; on confine à l’humour.
Dans un second temps, Robert Lemaire se met dans la peau de Freud lui-même. Freud se raconte, calme et chaleureux. Il nous parle de lui, de ses théories psychanalytiques sur le rêve, la sublimation, l’importance du transfert… Il répond aussi aux critiques qu’on lui a adressées.

De leur côté, les deux comédiennes illustrent d’exemples les théories du grand chercheur. Elles nous communiquent les rêves des patients du psychanalyste, comme celui de «La mort du pape» ou énoncent les critiques des milieux médicaux et académiques à l’égard du professeur de Vienne.

Pendant plus d’une heure éclate, doucement, la magie simple des écrits du père de la psychanalyse. Pour peu le profane s’étonnerait de comprendre. Mais ce sont bien les mots de Freud que l’on entend. La restitution de ces témoignages suscite plaisir et intérêt. 
Les trois comédiens servent le texte à merveille sur la scène-écrin de quelques mètres carrés.
Ils ne se contentent pas de dire, même avec talent, ils vivent devant nous corps et âmes. On aurait pu craindre ce qui s’annonçait comme une «théâtralisation des textes de Freud», mais la mise en scène minimaliste de Robert Lemaire illumine, par son dépouillement, les histoires simples de ce quotidien qui nous est proche.